Archief

Berichten getagged ‘Daniël Lohues’

Concertverslag: Daniël Lohues

Zijn vierde theatertour in het teken van de Allennig-serie bracht Daniël Lohues afgelopen donderdag naar Theater de Voorveghter in het Overijsselse Hardenberg. Nauwelijks dertig kilometer van zijn woonplaats Erica, dus wellicht ook de reden dat Lohues zich vanavond zo thuis voelt dat hij op zijn dooie gemak in trainingsbroek het podium op komt gewandeld. Hij gaat zitten op de stoel middenvoor op het podium en opent, net als zijn nieuwste plaat Allennig IV, met het sfeervol melancholische Mistig, Kaold & Stille. Om vervolgens zijn publiek met een gortdroog en relativerend “Moi!” te begroeten.

Die relativering is ondertussen wel een rode draad door de soloalbums van Lohues gebleken en op het podium bewijst zich dat des te sterker. Er is veel ruimte voor gevoel maar slechts op een heel enkel moment wordt het echt zwaar. Zoals in het benauwende Mecanicien In Den Vrumde, het waargebeurde verhaal van de Drentse monteur Edward Kleine die momenteel na een ongelukkig auto-ongeval een gevangenisstraf van dertig jaar uitzit in een gevangenis in Alabama. Waar bijna ieder nummer in het laatste couplet of refrein wel een klein lichtpuntje laat zien, stokt bij de doffe klap waarmee dit nummer eindigt even de adem van de gehele zaal.

Maar het grootste deel van de avond doet Lohues toch vooral zijn best om het zijn publiek naar de zin te maken en iets mee te geven van zijn eigen passies. Met sterke verhalen tussendoor waarbij de Slag bij Little Big Horn even fijntjes wordt vergeleken met zijn Drentse equivalent de Slag bij Ane. Allemaal prima omdat ze aanleiding geven tot prachtnummers als Niet Alle Dwalers Bennen Verdwaald en Zo Giet Dat Hier. Ook zijn fascinatie voor Amerika komt uiteraard weer aan bod en zo blijkt dat een avondje TV op een motelkamer de aanleiding is geweest voor Op ‘n Dorp Is Iederiene ’n Beroemdheid, zijn bewerking van Miranda Lambert‘s Famous in a Small Town.

Zo in het theater merk je pas goed hoe Lohues zijn soloplaten heeft bedoeld. Boeiende verhalen op muziek met daartussen wat droge grappen en mooie herinneringen om de zwaarte wat te verlichten. De balans zou in zo’n geval makkelijk door kunnen slaan richting sentimentaliteit, maar Daniël Lohues is op het podium zo oprecht in zijn element dat dat gevaar op geen enkel moment in zicht komt.

Gezien: Daniël Lohues in Theater de Voorveghter, Hardenberg op 15 april 2010.

Deze recensie verscheen eerder op Muziek.nl

Categorieën:Blog Tags:, , , ,

Mania #265: Drive-By Truckers, High On Fire, Daniël Lohues en meer…

Voor Mania #265 schreef ik zes recensies, die hieronder te lezen zijn…

Drive-By Truckers – The Big To-Do

Een plaat met het monumentale gewicht van Brighter Than Creation’s Dark overtreffen, dat doe je niet zomaar even. En dus laten de Drive-By Truckers die ambitie heel wijselijk links liggen en ligt er met The Big To-Do een dampende rockplaat op tafel. Waar de voorganger gebouwd was op een uiterst fragiele basis van haast ondraagbare melancholie, floreren op deze nieuweling de adrenaline en levenslust. Nummers als Daddy Learned To Fly, Birthday Boy en This Fucking Job knetteren van de energie op een manier die op BTCD niet gepast was geweest. En zo weet de band uit Athens, Georgia toch weer verfrissend te zijn zonder af te wijken van het bekende geluid of achter te blijven bij eerdere mijlpalen. Aangename verrassing is wederom bassiste Shonna Tucker die op (It’s Gonna Be)/ I Told You So laat horen haar haast engelachtige stem ook met minder drama en meer aanstekelijk plezier kan inzetten. Gecombineerd met de knauwende lijzigheid van Mike Cooley en de lome nonchalance van Patterson Hood levert dat opnieuw een verbazingwekkend veelzijdige en tegelijkertijd evenwichtige plaat op.

High On Fire -Snakes For The Devine

In de lijstjes met beste gitaristen van het jaar/decennium/ooit, scoort Matt Pike voor een relatieve underground artiest vaak behoorlijk hoog. Riffs als kettingzagen, solo’s als kwikzilver en de kunst om daartussen songs van epische proporties te bouwen zijn dan ook kenmerken die dat soort titels volledig rechtvaardigen. Enige kritiek die de man wel eens krijgt is dat zijn vocalen nog wel eens erg veel aan Lemmy Kilmister doen denken. Niet zo vreemd, aangezien de frontman van Motörhead een groot voorbeeld voor Pike is, maar op Snakes For The Divine lijkt hij zich die kritiek zowaar aan te trekken en het over een andere boeg te willen gooien. Resultaat is dat de frontale aanval die de plaat inzet, af en toe door de ingehouden en ver en droog naar voren gemixte zang wat uitblijft. Wat overblijft is met nummers als Bastard Samurai en How Dark We Pray nog meer dan genoeg om de concurrentie moeiteloos naar huis te blazen, maar de grootse aanpak komt toch net even minder uit de verf dan op Death Is This Communion.

Daniël Lohues – Allennig IV

Gek genoeg is van de vier Allennig albums deze laatste nog wel de plaat die, ondanks het najaarsthema, het meest comfortabel aanvoelt. Het eerste deel had veel kou en bitterheid in zich verscholen, het hoop en verlangen op Allenig II werd gekleurd door melancholie en de zomer van Allenig III voelde nogal eens eindeloos aan, zonder een duidelijk eindpunt. Lohues komt op dit vierde deel met de herfst aan het einde van zijn project en blijkt hier de op zijn vorige albums getoonde krachten effectief te kunnen bundelen. Er is meer plek voor mooie, kleine liedjes als Kom Nou Mar Naor Huus en Wat ‘n Geluk Dat Ik Hum Niet Ben, die in hun eenvoud verrassend hard de juiste snaar raken. Dat de Drent mooie verhalen genoeg heeft, werd op zijn vorige albums al wel duidelijk. Maar zo haast bloedstollend als de tekst van Mecanicien In Den Vrumde hoorden we het tot nu toe nog niet. Gecombineerd met zijn fascinatie voor oude blues en country levert dat een indrukwekkend staaltje authentieke muzikale vertelkunst op. De aandacht voor het geluid is groot, waardoor je de piano hoort zuchten, het orgel kraakt en muziek en zang magisch samensmelten. Een waardig slot voor een indrukwekkend vierluik, waarmee de Ganzenkoning eindelijk aan zijn langverdiende rust toekomt.

Shining – Blackjazz

Met Blackjazz is dit maagdelijke decennium weer een zelfgecreëerd muziekgenre rijker. De chaotische metal van de Noren heeft dan misschien wel raakvlakken met de mathcore van een band als The Dillinger Escape Plan maar gaat met electronica en saxofoons een weg in die tot nu toe niets anders was dan een onheilspellend zwart gat. Shining doorbreekt de muzikale wetten met verve, slingert klassieke gegevens met een noodgang de toekomst in en laat organische grooves venijnig struikelen in psychotische ritmes. Waar medeavonturiers zich in hun geldingsdrang nog wel eens verliezen in het voornamelijk produceren van geluid, weten de Noren in al hun chaos een helder en duidelijk muzikaal beeld neer te zetten. Geniaal ook hoe producer Jørgen Munkeby (tevens frontman) en mixer Sean Beavan (o.a. Nine Inch Nails, Marilyn Manson) het zware industrial geluid van de jaren negentig hebben weten te koppelen aan het koele jazzy geluid dat bij Shining steeds onder de hectiek doorborrelt. Een onvoorstelbaar indrukwekkende plaat waar over een paar jaar nog steeds met verbazing op terug gekeken zal worden.

Lightspeed Champion – Life Is Sweet! Nice To Meet You

Het debuut van Lightspeed Champion was er één vol geniale popsongs die er met alle geweld uit moesten. Een spontane uitbarsting van nerveuze naïviteit, dromerige mijmeringen en een bitterzoet laagje om het net niet té perfect te maken. Een grote verrassing, vooral gezien de vorige band van creatief brein Devonté Hynes, het hysterische Test Icicles. Dat overrompelende effect is met zijn tweede album natuurlijk weg en dan is het vanzelfsprekend de vraag wat er van die eerste indruk overblijft. De vakkundig in elkaar gesleutelde liedjes zijn er nog steeds, al zijn ze dit keer verpakt in een flink wat chiquere productie. Ben Allen (Gnarls Barkely, Animal Collective) leefde zich uit met protserige strijkers, rinkelende belletjes, klassieke pianostukken en zo ongeveer alles wat er in de studio tevoorschijn gehaald kan worden om een plaat op te poetsen. Het levert zeker veel spektakel op, maar leidt tegelijkertijd af van waar het daadwerkelijk om moet gaan: de kunst van Hynes om onweerstaanbaar lekkere liedjes te schrijven. Het resultaat is dat er weinig songs echt blijven hangen en de onrust overheerst, waardoor het tweede album van Lightspeed Champion maar moeilijk de aandacht krijgt die het eigenlijk verdient.

Kaki King – Junior

Hoewel Kaki King vooral bekend staat om haar virtuoze en vernieuwende gitaarspel, doet ze op haar platen steeds meer haar best dat te verbergen. Het onnavolgbare getokkel en en geklop op haar gitaar maakt plaats voor nummers met een kop en een staart, waarbij Kings zang steeds meer naar de voorgrond verschuift. Op Junior gebeurt dat net als op voorganger Dreaming Of Revenge nog wat voorzichtig en verstopt achter veel echo’s en effecten. Zonde, want het maakt haar vocalen zo tot een vulmiddel zonder echt karakter, waarbij de nummers niet bijzonder genoeg zijn om veel indruk te maken. Op Junior laat Kaki King voor het eerst wat punkinvloeden doorschemeren en doet daarbij op momenten denken aan Fugazi en The Mars Volta. Helaas zet ze ook hierbij niet genoeg door en blijft het bij aardige opzetjes die uiteindelijk op weinig spannends uitlopen.

Mania is gratis verkrijgbaar in alle winkels van Plato en Concerto.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.