Met een opmerkelijke dosis cynisme en sarcasme voor een jongedame vroeg in de twintig, presenteert Caitlin Rose haar debuutalbum Own Side Now. De zangeres uit Nashville oogstte aan het begin van dit jaar al veel lof met haar Dead Flowers EP en heeft haar zwoele combinatie van country en pop sindsdien alleen maar verder verfijnd. Al is zwoel misschien niet helemaal de juiste duiding. Muzikaal geeft haar band weliswaar vaak die indruk, wie naar de woorden van Caitlin Rose luistert hoort overpeinzingen die soms scherp en bitter zijn als een cocktail van bourbon en cyaankali.
Wie de nummers droog beschouwt, hoort een typische zangeres uit Nashville die country met de paplepel ingegoten heeft gekregen en gezegend is met een dijk van een stem. Weliswaar vooral op vol volume, want tussen haar zachte, breekbare momenten en hartverscheurende uitbarstingen lijkt helaas weinig anders te zitten. De tekstuele sneren die Rose tussen neus en lippen door zingt zijn echter absolute juweeltjes, zoals “Love is just one more useless thing you don’t need but you can’t throw away, so spare me your love today” in Spare Me of “Why is your love like rubber, he said, or gum stuck under my shoe?” in For The Rabbits.
Hoewel de toon over het geheel genomen nogal lichtvoetig en zonder al te grote risico’s is, zijn er wel de nodige momenten waarop het licht wat gedimd wordt en de sfeer wat zwaarmoediger wordt. Zoals op het eerder genoemde For The Rabbits, en het bijna sacrale Thing’s Change. Momenten waarop het sarcastische masker van Rose iets zakt en er wat zichtbaar wordt van de breekbare schoonheid die erachter schuilt. Met iets meer lef en wat meer dynamiek op de volgende plaat gaat dat ongetwijfeld nog veel mooiere dingen leiden. Own Side Now is in ieder geval al een hele warme belofte.
Aanvullende info
Label: Names
Speelduur: 45:42 minuten
Website: www.thecaitlinrose.com
Deze recensie verscheen eerder op Muziek.nl
Binnen vijf jaar tijd drie goede platen uitbrengen en non-stop de wereld rondtoeren, dat lijkt haast onmogelijk zonder strak geregisseerde lancering van je bandcarrière. Toch flikt The Gaslight Anthem het zonder al die poespas en verscheen ook hun derde album American Slang weer gewoon bij het kleine punrocklabel SideOneDummy Records. Waarom? Omdat het tegenwoordig blijkbaar nog wél genoeg is als je gewoon ijzersterke songs schrijft en geïnspireerde shows speelt. In ieder geval voor de 1.500 luidkeels meezingende bezoekers die afgelopen donderdagavond in uitverkochte Melkweg naar de band kwamen kijken.
Bij de openende titeltrack van het nieuwste album wordt al direct duidelijk dat de fans een bijzondere band met de groep uit New Jersey hebben. Dat klinkt misschien als sentimenteel gezemel, maar het fanatisme waarmee letterlijk ieder woord wordt meegezongen door het merendeel van het publiek is indrukwekkend. Vooral omdat het niet alleen beperkt blijft tot de hits, maar evengoed bij het oudere werk hoorbaar is. Frontman Brian Fallon toont zich uiteraard weer de vriendelijke jongen die het allemaal nog steeds niet kan geloven en zo lijkt iedereen de avond van zijn leven te hebben.
Alhoewel, in hun comfortabele podiumact wordt het af en toe allemaal wel iets té ontspannen. Een paar keer zitten zowel Fallon als gitarist Alex Rosamilia er op gitaar pijnlijk naast en laat vooral laatstgenoemde de avond wel wat makkelijk over zich heen komen. Een contrast met de vorige tours, toen de band zichtbaar moe was van het bijbenen van het eigen succes. Gelukkig voelt Fallon deze momenten goed aan, om vervolgens weer wat olie op het vuur te gooien, zoals bijvoorbeeld in het bloedstollend mooie We Did It When We Were Young. De toegift is ook niet aan de zuinige kant en zorgt met de Pearl Jam-cover State Of Love And Trust nog voor wat vuurwerk, waarna er in de Melkweg niemand te vinden is zonder grote glimlach op het gezicht.
Gezien: The Gaslight Anthem in de Melkweg, Amsterdam op 1 juli 2010.

Foto: Dimitri Hakke
Met het feit dat ze als band al 37 jaar meegaan levert Kiss natuurlijk geen unieke prestatie. Maar door al die jaren stug door te gaan met het steeds maar weer leveren van grotere, spectaculairdere shows absoluut wel. Waar veel van hun medevedetten er voor kiezen om maar eens een akoestisch plaatje op te nemen, een theatertour te doen of op een andere comfortabele manier in the picture te blijven, gaat Kiss gewoon doodleuk de wereld nog eens rond met nóg grotere lichtshows, hoger vliegende drumrisers en vooral nog meer vlammen en explosies. En met een goede plaat op zak, want het vorig jaar verschenen Sonic Boom is natuurlijk een prima reden voor een tour.
Helaas blijkt die niet goed genoeg om het Gelredome vol te krijgen, want het voor de gelegenheid gehalveerde stadion wil zelfs met die aanpassing nog niet uitverkopen. De sfeer is er echter niet minder om en zodra Kiss opent met Modern Day Delilah blijkt ook dat de fans absoluut niet alleen voor het oude werk komen. Het daaropvolgende Cold Gin is natuurlijk een klassieke inkopper, maar laat vooral zien dat Gene Simmons anno 2010 nog steeds de ronkende bonk testosteron is waar Kiss al die jaren voor een flink deel op heeft gelopen. Goed bij stem, strak spelend en natuurlijk tussen ieder woord door flink met zijn tong in het rond zwaaiend.
Uiteraard komen alle rockclichés tijdens de avond voorbij, al was het maar omdat Kiss het merendeel zelf ooit uitvond. De band voorkomt echter een parodie op zichzelf te worden door alles uit de kast te halen. Qua spektakel, maar ook zeker qua performance. Klassiekers als Crazy, Crazy Nights, Love Gun en Detroit Rock City klinken niets minder dan drie decennia geleden, maar ook nieuw werk als Say Yeah en I’m An Animal worden met evenveel gretigheid gespeeld. Als daartussen dan nog een bloedgorgelende Gene Simmons komt die vervolgens 30 meter de lucht in schiet om vanaf de lichtinstallatie I Love It Loud te spelen is Arnhem weer even terug in de hoogtijdagen van de hardrock. Enige minpuntje is dat Paul Stanley in zijn enthousiasme zich af en toe in vocale regionen begeeft die tegenwoordig niet meer zijn sterkste zijn, maar dat neemt niemand hem kwalijk.
De toegift maakt de avond uiteindelijk compleet onvergetelijk. Een akoestische versie van Beth, God Gave Rock ‘n’ Roll to You II dat door het complete stadion wordt meegezongen, Paul Stanley die de hele zaal doorvliegt om aan de andere kant I Was Made For Lovin’ You te spelen en een denderende versie van Rock And Roll All Nite zijn bijna meer dan het publiek aankan. Moeiteloos speelt Kiss het Gelredome naar een climax waarvan na afloop velen na afloop beweren dat het zeker één van de beste shows die ze ooit van de band zagen. En gelijk hebben ze.
Gezien: Kiss in het GelreDome Arnhem op vrijdag 18 juni 2010.